Inleidende tekst uit het boek 'Beeldspraak'

Voor Karin Elfrink is ruimte het begin- en eindpunt van haar werk. De ruimte in huis of buiten de deur zet haar aan tot denken en doen, tot tekenen en schilderen. Om de belevingswereld van bewoners te duiden. Of de aanwezigheid van vrouwen in kapel of kerk. De bouwvakkers, die bij Weurt werken aan de verhoging van de sluisbruggen hebben evenzeer de ruimte nodig als Karin Elfrink, wanneer zij in de auto of trein het landschap ziet bewegen. In haar 'Huiselijke portretten' verraden attributen of silhouetten de afwezige bewoners. Op voorgevels van woonhuizen in Lent heeft Karin het leven binnenstebuiten gekeerd. De zelf ook expressieve kunstenares neemt de ruimte, in de verwachting dat de toeschouwers zich in die ruimte thuis voelen.

Ad Lansink, 2007

Beeldspraak

  • Onlangs verschenen het boek 'BEELDSPRAAK' van Ad Lansink met daarin werk 25 kunstnaars uit het Rijk van Nijmegen. De opbrengst van het boek komt geheel ten goede aan het Taborhuis (geeft mensen met kanker psychosociale begeleiding).

De relatie tussen mens en ruimte heeft mijn belangstelling

Mijn werk gaat over de beleving van ruimte, ruimte die gecreëerd wordt door mensen. Stedelijke ruimte, woonruimte. De constante aanwezigheid van begrenzing en opening naar een volgende kamer of straat. Dit wekt nieuwsgierigheid, verlangen en verwachting op. Ruimte waarin tijd en vergankelijkheid een rol spelen. Een komen en gaan van mensen en hun levens, hun levens die te maken hebben met sociale contacten in- en buitenshuis en het terugtrekken in jezelf met je eigen gedachtes en verdieping. Beide momenten spelen zich af in een meetbare ruimte, die de geestelijke ruimte schept. Meetbare ruimte en geestelijke ruimte een combinatie die onlosmakelijk van elkaar is. Een keuze die ieder mens dagelijks maakt. De ruimte draagt de herinnering van een lopende tijd. Op mijn schilderijen zijn lijnen en ruimtes te zien, met daarin de mens als onzichtbare aanwezige. Alleen de aanwezigheid van zijn spullen verraden hem en dat is nu juist de bedoeling. Dit zorgt ervoor dat de kijker belangrijk wordt, want de kijker is degene die de ruimte betreedt, met zijn verlangen en verwachting. De kijker bepaalt de verhouding van wat hij wil zien.

Karin Elfrink 2001